| Günzburg – Stad van de
Romeinen, Residentie, Regionaal Centrum |
|
| „Günzburgs Schicksal und seine Geschichte
liegen am Wege“ (Het noodlot van Günzburg en haar geschiedenis
liggen aan de weg), zo karakteriseerde de schrijver Alexander Heilmeyer
(1872-1940) zijn vaderstad Günzburg. En het waren werkelijk altijd
de verkeerswegen, die de stad aanzien en een bepaalde betekenis hebben gegeven. |
|
|
|
De Romeinen eigenden zich in de jaren 77/78
na Chr. de brug over de Donau toe en een belangrijke kruising met een burcht
voor 1.000 ruiters en paarden, waaruit zich een bloeiende handelsplaats
ontwikkelde, die tot in de eerste helft van de vijfde eeuw bleef bestaan.
Door het blootleggen van het grootste grafveld ten noorden van de Alpen
werden onder meer 1400 graven gevonden. Uit de archeologische vondsten bleek
welke betekenis en welstand deze antieke Guntia moeten hebben gehad. De
naam Guntia is afkomstig van een Keltische riviergodin, die door de Romeinen
vereerd werd. Het mooiste archeologische materiaal wordt overigens in het
Heimatmuseum in een eigentijdse vorm tentoongesteld. |
![]() |
Na de aftocht van de Romeinen kwamen tegen het einde
van de vijfde eeuw de Alemannen, wiens hertogen in de achste eeuw onder
Fränkische heerschappij kwamen. Archeologische vondsten uit dit tijdperk
zijn zeer schaars en schriftelijke bewijsstukken ontbreken zelfs kompleet.
Eerst in het jaar 1065 werd Günzburg weer genoemd, als de jonge Duitse
koning Heinrich IV (1056-1106) „ze Gunceburch“ een document
onderschreef. In 1280 werd de Markt Günzburg toegevoegd aan de Marktgrafschaft
Burgau en kwam zo na het uitsterven van deze Marktgrafenfamilie in handen
van de Habsburgers. Aan deze situatie veranderde meer dan 500 jaar niets
meer. Ook de Habsburgers zagen de verkeerstechnisch optimale ligging in en bouwden in de 14e eeuw een exact geplande Oberstadt, die zich zeer snel ontwikkelde (stadrecht 1307, verplaatsen van de weekmarkt „nach oben“ [naar boven], hoge rechterlijke bevoegdheid, ziekenhuis, gymnasium) en daardoor spoedig de dorpjes in de omgeving overtrof. Tussen 1577 en 1580 verrees in het zuidwesten van de Oberstadt een slot en de daartoe behorende Hofkirche in stijl der Renaissance. |
| Opdrachtgever was aartshertog
Ferdinand II, wiens zoon Karl als Marktgrafen hier van 1609 tot 1618 resideerde,
wat de attractiviteit van Günzburg nogmaals vergrootte. Onder Karl
bloeide de lokale economie op, maar door de 30-jarige oorlog bleek al zijn
moeite voor niets te zijn geweest (daling aantal inwoners van ca. 2400 naar
ca. 800). |
|
![]() |
De volgende decennia onderscheidden zich door nog meer
tegenslagen. De Spaanse Erbfolgekrieg (1701-1714) veroorzaakte armoede,
honger en ellende onder de bevolking, het slot brandde uit (1703), en op
8 mei 1735 werd bij een grote stadsbrand het compleet noordelijke deel van
de Oberstadt door de vuurzee in de as gelegd. Ondanks alle economische moeilijkheden
en tegenslagen werd er in deze tijd, op het grondgebied van de Gotische
Frauenkirche, een nieuwe kerk gebouwd (1736-1741). Architect was niemand
minder dan de Wessobrunner Dominikus Zimmermann. De nieuwe Frauenkirche
in Rococo‘stijl, bouwtechnisch gezien de directe voorloper van de
Wieskirche, wordt door vele kunsthistorici, onder andere Georg Dehio tot
de belangrijkste verrichtingen van de 18de eeuw gerekend („zu den
vornehmsten Leistungen des 18. Jahrhunderts gezählt“). |
| Na het aantrede van Maria Theresia
(1740-1780) brak voor de stad en haar burgers een gelukkig en bloeiend tijdperk
aan, waaraan tot de dag van vandaag met plezier herinnerd wordt. Vanaf 1764
liep een van de belangrijkste wegen in die tijd direct over de Marktplatz:
de Poststraße van Wenen naar Parijs. Dit had tot gevolg dat er van
de 43 huizen aan de Marktplatz 19 hotels of pensions een eigen brouwerij
hadden. Ongeveer een decennium daarvoor werd het onderwijs door de benoeming
van de Piaristenpatres (jongensschool in het Heimatmuseum van nu) en de
Englischen Fräulein (meisjesschool, tegenwoordig in het vroegere Franziskanerinnenklooster)
opnieuw georganiseerd. |
|
![]() |
Van deze hervormingen profiteerden natuurlijk
ook de handelsondernemingen van de Italiaanse familie Brentano (Brentanohaus
ten oosten van de Marktplatz, Molo und Rebay). Door het oprichten van een
scheepvaartmaatschappij met regelmaat varende bootjes (Plätten) naar
Wenen was Günzburg ook over de Donau met de oostelijke delen van het
Habsburgerrijk verbonden. Reden genoeg voor vele mensen, die naar het Hongaarse
Banat wilden emigreren, hier aan boord te gaan. Het stichten van een Münzstätte
voor Oostenrijk (1764-1767, tegenwoordig Rathaus) gaf aan welke betekenis
onze stad aan het einde van het ancien régime gekregen had, en we
mogen er best een beetje trots op zijn dat de tot vandaag de dag geslagen
Maria- Theresia- Taler nog altijd het muntteken van Günzburg „SF“
( initialen van de muntkeurmeesters Schöbl en Faby) kenmerken. |
| Keizer Josef II (1780-1790)
maakte van Günzburg een garnizoensplaats; de kazerne van toen dient
nu nog als school (Dossenbergerhaus). Samenvattend kunnen we zeggen, dat
in Günzburg ( met uitzondering van Freiburg in Breisgau) de meeste
en mooiste monumentale gebouwen in goede staat behouden zijn gebleven. Door
de optimale ligging en de Postroute kwamen vele mensen van verschillende
afkomst hierlangs. Prachtige dagen beleefde de stad in het jaar 1770 toen
prinses Marie Antionette, de toekomstige echtgenote van de latere Franse
koning Ludwig XVI., hier op bezoek kwam. |
|
![]() |
|
| Een minder graag geziene gast
kwam in oktober 1805: Napoleon. Niet alleen, vertrok hij zonder te betalen
(een rekening die eerst door de Franse minister-president Mitterrand bij
de topconferentie met Bundeskanzler Kohl op de Reisensburg begin april 1989
betaald werd), maar ook maakte hij onze stad een onderdeel van het het nog
jonge koninkrijk Bayern. De burgers van Günzburg wenden maar moeilijk
aan de nieuw ontstane situatie en uit stil protest werd eerst anno 1812
het stadswapen veranderd; het Oostenrijkse Bindenschild werd vervangen door
de Bayerische Rauten. De voltooiing van de spoorlijn München-Stuttgart
(1853) liep parallel met het begin van de industriele produktie in Günzburg
en omgeving. Een tot de dag van vandaag durende positieve ontwikkeling was
sindsdien voor de stad toonaangevend. Deze trend werd helaas onderbroken
door de beide wereldoorlogen, toen Günzburg in april 1945 zwaar getroffen
werd door bombardementen. Het opruimen van puin en in het bijzonder het
opnemen van 3500 vluchtelingen waren voor de burgers een enorme uitdaging.
Met de nieuwe gemeentelijke indeling werd de stadsoppervlakte dubbel zo
groot. De vroegere zelfstandige gemeenten Deffingen, Denzingen, Leinheim,
Nornheim, Reisensburg, Riedhausen und Wasserburg hebben niettemin hun eigen
identiteit kunnen behouden; een zeer positieve bijkomstigheid. |
|
| |
Günzburg veranderde in de jaren na de oorlog in een
moderne stad, die zich samen met het westelijk aangrenzende Leipheim tot
het regionale centrum ontwikkelde. Belangrijke bestuursorganen, administratiekantoren,
bekende bedrijven en industrie zijn hier gevestigd, ook is het leger sinds
1965 in Donauried gestationeerd. De bevolking kan van verschillende sociale
instellingen, voortgezet onderwijs, moderne sportinrichtingen en talrijke
winkels gebruik maken. Voor muziekconcerten, theatervoorstellingen en congressen
is er sinds het begin van de jaren negentig een nieuwe stadsschouwburg beschikbaar:
het Forum am Hofgarten, waardoor Günzburg ook cultureel in het middelpunt
staat. |
| De renovatie van de oude stadskern, een verkeersvrij stadscentrum en een parkeergarage hebben de historische binnenstad nieuwe glans en attractiviteit gegeven. Wie vandaag over de Marktplatz en door de aangrenzende straatjes en steegjes slentert of door de moderne stadsgebieden wandelt, ervaart een vriendelijke middelgrote Schwäbische stad met een gezellige atmosfeer. | |